ONDERZOEK

Onderzoek is een zinvol middel om problematiek te verduidelijken en onderliggende processen inzichtelijk te maken.

Binnen het onderzoeksveld richt ik mij voornamelijk op:

Soms loopt het op school gewoon niet zoals je had gehoopt of verwacht. Dit kan zich uiten in gedragsmoeilijkheden in de klas of thuis, bijvoorbeeld heel druk, opstandig of juist ingetogen en in zichzelf gekeerd. Een slechte concentratie of werkhouding, weerzin in school of onzekerheid en faalangst. Maar het kan ook zijn dat je als ouder of leerkracht de indruk hebt dat het kind niet datgene laat zien wat hij kan. Kortom, er kunnen verschillende zaken spelen met verschillende oorzaken. Aan de buitenkant kunnen we simpelweg moeilijk zien wat er van binnen bij het kind aan de hand is. Zijn er tekorten in de concentratie? Is er sprake van overvraging of ondervraging? Onderzoek levert hier een passend antwoord op.

De basis voor elk leeronderzoek is een intelligentietest (WISC-III-NL). Daarmee brengen we het duidelijkst in beeld wat we van een leerling mogen verwachten. Het laat echter niet zien of het kind ook de vaardigheden heeft ontwikkeld om de capaciteiten die hij of zij heeft ook juist toe te passen. Deze vaardigheden noemen we de executieve functies. Je kunt het zien als een gereedschapskist. Je capaciteiten (intelligentie) bepalen hoe vol je gereedschapskist is, maar je executieve functies weten hoe ze deze moeten gebruiken. Als die executieve functies onvoldoende ontwikkeld zijn, dan kan die kist nog zo vol zitten maar je kunt het gereedschap niet juist gebruiken.

Om die reden raad ik ouders en leerkrachten ook altijd aan niet alleen naar de intelligentie te kijken, maar juist het onderzoek aan te vullen met een onderzoek naar de executieve functies. Dit geeft het meest duidelijke beeld van wat er onderliggend meespeelt en zo kan er een betere verklaring geboden worden voor de prestaties of het gedrag in de klas.

Het kan ook zijn dat er ondersteuning nodig is om te komen tot een goed uitstroomadvies voor een leerling. Op zo’n moment neem ik een onderzoek af dat zich niet zo zeer richt op letterlijk de intelligentiescore als wel een onderzoek dat kijkt naar welk type onderwijs het best past bij de manier van presteren van een leerling. De NIO is een voorbeeld van dergelijk onderzoek, officieel noem je deze test een intelligentietest voor schooladvies. Op langere termijn levert deze test een betere voorspelling op dan de Cito. Doorgaans adviseer ik ouders en/of leerkrachten dit in combinatie met een intelligentieonderzoek te doen, zodat de conclusies vanuit meerdere invalshoeken opgesteld kunnen worden. Ik neem de NIO nooit klassikaal af, maar enkel individueel.

Dit onderzoek brengt persoonlijkheidskenmerken in kaart en laat zien op welke vlakken een kind nog verdere ontwikkeling nodig heeft of het biedt een verklaring voor het gedrag van het kind. Binnen dit domein kun je het onderzoek ook richten op prestaties en motivatie. Wat drijft een kind, met welke motivatie of prestatiedrang functioneert het? Wat is de mate van veerkracht? Hoe goed gaat het kind om met tegenslag? We noemen dit copingstrategieën en onderzoek hiernaar kan richting geven aan de begeleiding van het kind om op een effectievere manier om te gaan met bepaalde situaties.

Dit onderzoek kan vaak ook goed ingezet worden bij een sportbegeleiding (mindset verbetering). Het biedt dan vooral handvatten en houvast binnen een begeleiding bijvoorbeeld. Het legt de werkpunten bloot door het onderbouwen van iemands drijfveren, persoonlijkheidskenmerken en copingstrategieën.

dit omvat onderzoek gericht op fobieën, maar ook algemenere angstproblematiek en onzekerheid. Het biedt eveneens handvatten voor de begeleiding en kan ook invulling geven aan de richting van de begeleiding. Doorgaans zet ik dit onderzoek pas in als ik merk dat een begeleiding vastloopt of als we niet het beoogde effect behalen.

 

Dit zijn de onderzoeksdomeinen waar mijn kwaliteiten het best tot hun recht komen. Van onzekerheid en faalangst tot hooggevoeligheid. Van fobieën en angsten tot leermoeilijkheden, beelddenken en hoogbegaafdheid. Het lijkt een breed domein, maar al deze vormen van problematiek hebben veel verwantschap met elkaar. Die verbinding in kaart brengen is precies waar ik goed in ben. Niet alleen kijken naar de nummertjes die uit een onderzoek rollen, maar juist ook kijken naar de verbanden tussen al die uitkomsten. Daardoor kun je beter begrijpen wat er bij iemand speelt.

MAATWERK

In al het onderzoek dat ik doe, vind ik het belangrijk om maatwerk te leveren. Geen standaard en algemene beschrijvingen en adviezen, maar echt specifiek op het kind en diens problematiek toegespitst. Ik vind het belangrijk dat het kind leert te herkennen wat het zelf nodig heeft. Daarom zijn de aanbevelingen die ik op basis van het onderzoek geef ook altijd op die lerende praktijk gericht. Niet alleen aanbevelen wat er moet gebeuren, maar ook uitleggen waarom dat moet gebeuren (wat het doel is). Op die manier kan het namelijk op termijn ook weer makkelijk aangepast worden of beter eigen gemaakt worden. Mijn doel is steeds om met zo min mogelijk interventies een zo groot mogelijk effect te bereiken. Om mijn aanbeveling zo goed mogelijk op de individuele situatie van het kind te laten aansluiten, voer ik bij ieder leeronderzoek standaard een observatie in de klas uit. Ook doe ik dit om het kind “live” te kunnen zien, de interactie en dynamiek in de klas te kunnen zien en voelen, maar ook te beoordelen hoe de werkhouding is en of er andere signalen op te pikken zijn. Binnen de overige onderzoeken kan er ook een observatie thuis plaatsvinden, maar dit hangt ook af van de hulpvraag. Niet elke hulpvraag leent zich voor observatie. Wel plan ik bij die gesprekken een aparte en lange intake in met het kind zelf. Bij het leeronderzoek vindt mijn gesprek met het kind plaats tussen de afnames door, op een ontspannen en indirecte manier.

Ik werk dus praktisch, dynamisch, handelingsgericht en lever altijd maatwerk. De rapportage en de aanbevelingen zijn altijd specifiek opgesteld voor die individuele leerling met die specifieke hulpvraag. Ook tijdens het toetsen, en dan vooral bij het leeronderzoek, vind ik die dynamiek van groot belang. Ik geloof niet in heel sec het onderzoek afnemen, want dat zegt alleen maar wat over wat het kind op dat moment begrijpt en kent. Het zegt heel weinig over de leerbaarheid van een kind. Het kan ook zijn dat er op het vlak van begrip van instructies (executieve functie) een tekort is en dat het kind hierdoor de opdracht niet begrijpt. De methode van het onderzoek verplicht mij te houden aan de voorschriften voor scoring en dat zal ik ook altijd doen. Maar de kanttekening die ik erbij kan maken is van essentieel belang voor een goede rapportage. Wanneer ik zie dat het kind met een aanvullende of andere vorm van instructie wel verder komt met de taak, geeft dit mij heel veel informatie over hoe het kind werkt en tot welke hoogte het kind kan stijgen (dynamisch toetsen). Dit is vanzelfsprekend zeer waardevolle informatie. Met de scoring volg ik dus altijd de regels van het onderzoek, maar ik kan die aanvullende informatie wel gebruiken in mijn conclusies.

TESTSITUATIE

Het leeronderzoek neem ik bij voorkeur af op school. Op die manier minimaliseren we het lesverzuim, maar daarbij heb ik bovendien gemerkt dat dit voor het kind erg prettig is. De spanning bouwt minder op dan wanneer het kind naar een onbekende ruimte moet gaan. Wanneer het echter niet mogelijk is dat ik een ruimte op school gebruik, kan ik het onderzoek thuis afnemen of gebruiken we een externe ruimte die ik op meerdere locaties kan huren. Het leeronderzoek bestaat bij mij altijd uit een gesprek met de ouders, een gesprek met de leerkracht en/of intern begeleider (IB) en een observatie in de klas. De resultaten verwerk ik in een rapportage die ik altijd eerst met ouders bespreek en daarna nogmaals gezamenlijk op school met de leerkracht en/of IB’er. Zes weken na onze nabespreking neem ik nog contact met de ouders en de school om te informeren naar hoe alles gaat. Zo nodig kunnen we op dat moment nog iets bijsturen of aanpassen.
Het overige onderzoek neem ik meestal thuis af, maar indien dat niet mogelijk is, kan ik ook daarvoor over een andere locatie beschikken. Veel van het onderzoek binnen het persoonlijkheids- en angstdomein dat ik afneem, bestaat uit testen die online af te nemen zijn. Per mail verstuur ik een link met een gebruikersnaam en toegangscode en het kind kan op elk gewenst moment de test invullen. In sommige gevallen kan het prettig zijn dat er een volwassenen bij is tijdens het afnemen om eventueel lastige woorden of formuleringen uit te leggen. In die gevallen maken we een afspraak zodat ik zelf aanwezig ben tijdens het invullen. Dit gebeurt allemaal in onderling overleg. Ook bij dit onderzoek bespreken we de rapportage uitgebreid en na ongeveer zes weken neem ik weer contact op om te kijken hoe alles gaat.

 

onderzoek